Slimmer ontwerpen, modelleren en plannen biedt veel kansen om uitstoot te verminderen. BIM stelt alle betrokken partijen in staat om in een gedeelde omgeving samen te werken, wat zorgt voor betere coördinatie, minder fouten en efficiënter projectbeheer.
BIM (Building Information Modeling) is veel meer dan alleen een 3D-model. Het fungeert als een digitale database, waarin alle relevante projectinformatie wordt opgeslagen, zoals materiaalkeuzes, kostenramingen en planning. Dit zorgt voor betere samenwerking en een efficiënter bouwproces.
Een digital twin is een digitale kopie van een fysiek object, zoals een gebouw, brug of tunnel. De digital twin gebruikt realtime data om prestaties te monitoren en optimaliseren. Door simulaties en analyses worden ontwerp- en bouwfouten vroegtijdig opgespoord. Dat zorgt voor minder verspilling en efficiënter materiaalgebruik.
Door materialen en bouwonderdelen digitaal te registreren in een materialenpaspoort, wordt het eenvoudiger om ze later opnieuw te gebruiken of te recyclen. Dit ondersteunt circulair bouwen, waarbij grondstoffen zo lang mogelijk in de keten blijven en afval wordt geminimaliseerd.
Door gestandaardiseerde ontwerpregels en protocollen (zoals IFC, ISO 19650 of NL/SfB) te gebruiken, zorg je voor een uniforme werkwijze. Dit maakt samenwerking tussen verschillende partijen eenvoudiger, voorkomt fouten en verhoogt de efficiëntie in het bouwproces.
Een Product Owner bewaakt de visie en prioriteiten bij de ontwikkeling van digitale tools. Deze rol zorgt ervoor dat de behoeften van gebruikers centraal staan en dat het eindproduct aansluit op de verwachtingen en eisen van alle betrokkenen.
Een BIM-coördinator zorgt dat digitale modellen correct worden geïntegreerd en dat er geen conflicten (clashes) ontstaan tussen bijvoorbeeld constructie, installaties en architectuur. Zo voorkom je vertragingen en extra kosten tijdens de bouwfase. Stem daarbij met de informatiemanager af welke projectstructuren in het project worden gebruikt, waar welke informatie wordt opgeslagen en hoe deze informatie wordt uitgewisseld.
Door in korte sprints te werken en regelmatig resultaten te evalueren, kan een project flexibel inspelen op veranderingen en verbeteringen snel doorvoeren. Zo voorkom je dat fouten pas laat in het proces aan het licht komen en verhoog je de kwaliteit van het eindresultaat.
Door eindgebruikers, opdrachtgevers en andere belanghebbenden vanaf het begin mee te nemen in het ontwerpproces, bed je hun wensen en eisen tijdig in. Dit voorkomt herontwerp en zorgt voor een beter eindproduct, dat aansluit op de behoeften van alle betrokken partijen.
Eigen ontwerpprotocollen ontwikkelen kan leiden tot verwarring en inefficiëntie, vooral als verschillende partijen met verschillende standaarden werken.
Als je een ontwerp in één lang traject uitwerkt, zonder tussentijdse evaluaties, loop je het risico dat fouten of onvolkomenheden pas laat worden ontdekt. Dit kan leiden tot kostbare herzieningen.
Als je stakeholders en gebruikers pas aan het einde betrekt, betekent dat dat hun wensen en eisen mogelijk niet goed zijn meegenomen. Dit kan leiden tot weerstand, dure aanpassingen of een eindproduct dat niet goed aansluit op de behoeften.
Wanneer je informatie en kennis niet goed deelt binnen teams en organisaties, vertraagt dit innovatie en efficiëntie.