Nederland staat voor een enorme woningbouwopgave, die vaak binnenstedelijk wordt gerealiseerd. Dat leidt tot veel extra transporten. Hetzelfde geldt voor de verduurzaming van woningen en de transitie naar een circulaire economie. Stedelijke ambities zoals veiligheid, bereikbaarheid en luchtkwaliteit staan hierdoor onder druk. Tegelijkertijd maakt het toenemend aantal regels, voertuigbeperkingen en verkeersopstoppingen het voor bouwers lastiger om in de stad te bouwen. Een gebiedsgerichte aanpak waarbij overheden en marktpartijen actief samenwerken over meerdere projecten in een stadsgebied, leidt tot efficiënte en duurzame bouwlogistiek. Diverse instrumenten bieden overheden en marktpartijen handvatten om met deze werkwijze aan de slag te gaan.
De gemeente krijgt zo een beeld van de beoogde maatregelen van de aannemer/ontwikkelaar en kan hen waar nodig faciliteren om bouwlogistieke oplossingen te zoeken en uit te werken.
Niet alle bouwprojecten starten tegelijkertijd. Een aannemer die vol in de voorbereiding van het project zit, heeft daardoor behoefte om te sparren over concrete bouwlogistieke oplossingen, terwijl een ontwikkelaar van een nabijgelegen project eerst een ondertekende anterieure overeenkomst wil hebben en nog niet bezig is met bouwlogistiek. Maar: de keuzes van project A kunnen veel invloed hebben op project B. De gemeente moet de regie nemen om alle partijen tijdig te betrekken.
Er is geen landelijke, juridische grondslag om bouwverkeer te verminderen, ook niet in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) onder de Omgevingswet. De gemeente kan wel de regie pakken door regels te stellen, mits deze een grondslag hebben in het beleid, zoals via ruimtelijk beleid, milieubeleid of beleid voor verkeer en vervoer. Daarnaast kan de gemeente als opdrachtgever door middel van specifieke eisen in eigen aanbestedingen sturen op efficiënte en duurzame bouwlogistiek. Op deze manier stelt de gemeente kaders, die kunnen leiden tot logistieke oplossingen, zoals transport over water of een bouwhub.
Start niet met stadsbrede initiatieven, maar sluit aan bij een team dat zich buigt over de (her)ontwikkeling van een specifiek gebied, bij voorkeur een gebied met een flinke bouwopgave. Effectief sturen op efficiënte en duurzame bouwlogistiek vraagt namelijk kennis en capaciteit van de gemeente, die er niet altijd is. Maak van het thema bouwlogistiek een vast agendapunt en voer de regie, door duidelijk te maken wat er wanneer van iedere partij wordt verwacht.
Stel een projectmanager voor het gebied aan, om de contacten tussen ontwikkelaars, aannemers en de gemeente te ondersteunen en tot concrete afspraken te komen. De projectmanager brengt de partijen letterlijk samen aan tafel, om de status van de projecten te bespreken en ieders planning door te nemen. De projectmanager maakt het thema bouwlogistiek onderdeel van deze overlegstructuur. Hier wordt afstemming gezocht over de status van de BLVC-uitvoeringsplannen en worden mogelijke logistieke oplossingen verkend. Daarnaast organiseert de projectmanager de borging van het thema bouwlogistiek in de gemeentelijke organisatie.
Neem het initiatief om ontwikkelaars, aannemers en gemeente tijdig bij elkaar te brengen om het thema bouwlogistiek te agenderen, bij voorkeur vóór het ondertekenen van de anterieure overeenkomst. Hoe eerder partijen worden betrokken, des te meer ruimte er is om kansen en knelpunten te signaleren en daarop tijdig te reageren. Draagvlak creëren en afspraken maken (bijv. vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst) vraagt relatief veel tijd: houd rekening met 1 tot 2 jaar. Maak daarom duidelijk wat in iedere processtap van ontwikkelaars, aannemers en gemeente wordt verwacht. Projecten bevinden zich veelal in verschillende fases van het bouwproces, waardoor bouwlogistiek niet voor iedere partij evenveel prioriteit heeft. Daarnaast vraagt het goed borgen van het thema bouwlogistiek binnen de gemeentelijke organisatie ook tijd.
Stel een BLVC-kader op voor het betreffende gebied en verwerk hierin eisen die aansturen op efficiënte bouwlogistiek. Dit kader stelt randvoorwaarden voor het door de aannemer op te stellen BLVC-uitvoeringsplan. Door dit uitvoeringsplan te koppelen aan de aanvraag vergunning Gebruik openbare ruimte kan de gemeente het plan toetsen en de dialoog voeren met de aannemer. Omdat de uitwerking van bouwlogistieke maatregelen maatwerk is en tijd kost, is het advies om een concept BLVC-uitvoeringsplan op te nemen in de aanvraag voor een Omgevingsvergunning. De gemeente krijgt zo een beeld van de beoogde maatregelen van de aannemer en kan de aannemer waar nodig faciliteren om bouwlogistieke oplossingen te zoeken en uit te werken. De tijdsduur tussen Omgevingsvergunning en vergunning Gebruik openbare ruimte is 6 tot 12 maanden.
Maak een onafhankelijk persoon of bedrijf verantwoordelijk voor de afstemming van de bouwlogistiek over de projecten heen. Deze persoon ondersteunt de samenwerking tussen de aannemers, dienstverleners, vervoerders en gemeente. Deze rol kan worden gecombineerd met de rol van Veiligheidscoördinator Directe Omgeving. Deze functie zorgt voor de veiligheid en gezondheid van iedereen in de directe omgeving van bouw- en sloopwerkzaamheden. De inzet van deze persoon is verplicht sinds 1 januari 2024 en vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Werkzaamheden van de coördinator zijn bijvoorbeeld:
De bouwketen is complex, met veel verschillende partijen. De bouwlogistiek afstemmen, vraagt dus relatief veel inspanning. Daarnaast zijn de marges in de bouwsector klein en de risico’s groot. Marktpartijen zijn daarom enigszins terughoudend in het aanbieden en toepassen van een logistieke maatregel waarmee geen ervaring is en waarvan de baten op voorhand onbekend zijn. Het feit dat bij toepassing van een maatregel (juridische) aansprakelijkheden, kosten en baten soms bij andere partijen in de keten terechtkomen, versterkt de terughoudendheid.
Openbare ruimte ‘weggeven’ kan leiden tot minder ruimte voor het reguliere verkeer. Hierdoor komen maatschappelijke waarden als verkeersveiligheid en bereikbaarheid onder druk te staan. Daarnaast dwingt een kleine bouwplaats tot het efficiënter organiseren van de bouwlogistiek, zoals de aan- en afvoer en opslag van goederen.
Vraag opdrachtnemers om de voorgestelde logistieke maatregelen zo concreet mogelijk te omschrijven. Zinnen als ‘we leveren de goederen zoveel mogelijk just-in-time aan’ zijn onvoldoende. De maatregelen moeten toetsbaar zijn.
Als er een subsidiepot voor efficiënte bouwlogistiek beschikbaar is, melden zich over het algemeen bouwprojecten aan die op een ‘postzegellocatie’ gaan bouwen. Deze projecten maken echter toch al gebruik van slimme logistieke oplossingen. Hiermee dragen de subsidies niet bij aan de beoogde doelen van de gemeente. Bovendien wordt met subsidies slechts een klein deel van de sector bereikt, namelijk 1 project van 1 aannemer. De subsidies dragen zo nauwelijks bij aan het structureel optimaliseren van de bouwlogistiek. Een concept wordt toegepast op het betreffende project, waarna het projectteam uiteenvalt en weer aan de slag gaat op een ander bouwproject, op een andere locatie, met andere randvoorwaarden. De aanbeveling is om de subsidies in te zetten voor bijvoorbeeld de inzet van een coördinator bouwlogistiek. Deze ondersteunt partijen om de bouwlogistiek efficiënt te organiseren en neemt de kennis en ervaring mee naar volgende projecten.
De exploitatie van een bouwhub brengt verschillende verantwoordelijkheden met zich mee. Denk aan zaken die samenhangen met de op- en overslag van goederen, zoals het tijdig beschikbaar hebben van de juiste materialen. Dit brengt risico’s met zich mee, zoals claims en extra kosten door leegstand van de bouwhub. De gemeente kan soms de locatie voor een bouwhub faciliteren of ondersteunen bij het uitwerken van mogelijke businessmodellen. Wees ervan bewust dat er binnen de gemeente mogelijk al veel onbenutte ruimte is, die als op- en overslaglocatie kan fungeren. Deze locaties hebben niet altijd de stempel ‘bouwhub’. Er zijn ook diverse partijen, zoals transporteurs en groothandels, die de op- en overslag kunnen faciliteren. En ten slotte: kijk ook kritisch naar de bouwlogistiek van de eigen bouwprojecten. Kan bijvoorbeeld de stadswerf, waar materialen als bestrating en verkeersborden zijn opgeslagen, worden ingezet als bouwhub?
Zonder effectieve monitoring en handhaving heeft eisen stellen aan de bouwlogistiek geen toegevoegde waarde. Partijen krijgen zo vrij spel en als gemeente leer je niet in hoeverre de gehanteerde aanpak effectief was. Monitoring begint al bij het beoordelen van het BLVC-uitvoeringsplan: voldoet de omschreven aanpak aan de eisen uit het BLVC-kader? Tijdens de uitvoering monitor je of de aannemer werkt conform de aanpak, zoals beschreven in het BLVC-uitvoeringsplan. Stel tijdig een monitoringsplan op, waarin je opneemt welke afdeling op welke wijze (schouw op locatie, bewijslast vanuit aannemer, etc.), met welke frequentie en op basis van welk referentiekader gaat monitoren.
Inspiratiesessie Gebiedsgerichte Aanpak
In de training voor gemeenten gaan we in op de instrumenten die zij kunnen inzetten om te sturen op efficiënte bouwlogistiek. Inmiddels zijn we samen met zeven grote gemeenten aan de slag gegaan.
Goed nieuws! Op 30 juni organiseren wij een Webinar over dit onderwerp voor medewerkers van gemeentes, provincies en het Rijk. Tijdens deze sessie duiken we dieper in de best practices en bespreken we instrumenten voor een efficiëntere bouwlogistiek. Wil je deelnemen of meer informatie ontvangen? Mail dan naar info@topsectorlogistiek.nl en maak je interesse kenbaar.